16-12-17

1975 - 2017

Van de chef moest ik rechthoekige toastjes maken van gewoon brood. Ze moesten allemaal dezelfde vorm hebben en ze moesten vooral evenveel wegen. Wat mij helaas niet zo goed lukte. Ik had meer ondergewicht dan wat normaal was toegestaan. De chef zat echt op mijn nek te hijgen van de woede. Ik kreeg dan nog eens de opmerking of ik dat niet geleerd had hoe men de Parmesan kaas deftig op een toast moest aanbrengen. Blijkbaar vond hij mijn toastjes te slordig gemaakt.

Hoewel de kaas ordinaire Gruyère was en ik mij begon af te vragen waar de chef zijn diploma heeft gehaald. Maar voor de goede gang van zaken heb ik mijn mond gehouden. In de plaats daarvan ben ik in een depressie beland en werd ik in een psychiatrische instelling geïnterneerd. Tenminste dat leek iedereen te denken, want ik liet eigenlijk een collega van mijn werk mijn plaats innemen. Toen ik hem ging bezoeken, leek hij volledig het noorden kwijt te zijn geraakt. Waarschijnlijk werd hij gek door voortdurend op de witte muren te moeten kijken.

En toen werd ik wakker... Ik heb meer dan 12 uren geslapen. Mijne madam was even komen kijken of ik nog wel in leven was. Ik vraag mij trouwens af hoe het er hier aan toe zou gaan, de dag dat ik echt zou overlijden. Zou het hier een heuse volksfeest worden of zal iedereen in een diepe rouw verkeren? En nu ik net 42 jaar oud ben geworden... Misschien is mijn gezin wel aan het aftellen...

Nog een goed veertien dagen en het jaar 2017 zal gepasseerd zijn. Als ik moet terugblikken op dit jaar dan zou ik zeggen dat het op persoonlijk vlak een jaar van ups en downs is geweest. Maar we mogen niet overdrijven. En ik wil er zelfs niet meer over zeiken. Altijd vooruit blijven kijken. Dat doe ik al van sinds ik klein ben. Toen al was ik bezig met de verre toekomst. Eén vraag die ik mij toen al stelde was hoe het er aan toe zou gaan, de dag dat de zon zal imploderen en het leven op aarde bedreigd zal worden. Wat zal er gebeuren met de kinderen, van de kinderen, van de kinderen van mijn kinderen? Mijn grootvader moest erom lachen met die stelling van mij. Als klein mannetje ligt de toekomst sowieso voor de voeten. 't Is gewoon de vraag hoe je ermee om gaat. 

De rest kan mij gestolen worden. Dat het maar vlug 2018 wordt, dan zal onze nieuwe keuken er staan en doe ik verder met de verbouwingen in onze woning. Het enige wat mij zal bijblijven van het voorbije jaar is die fameuze winterprik, die we plots op onze nek hebben gekregen begin vorige week. Vorige week zondag lag ik nog in bed... U zult gaan beginnen denken dat ik vaker in mijn bed lig, dan dat ik eruit ben. Tja, wie weet ben ik iemand die in winterslaap gaat, maar helaas af en toe uit zijn bed stapt om op de mensen hun zenuwen te gaan werken. Dat zou kunnen. Dat en nog veel meer, want af en toe heb ik ook honger en moet ik zoals iedereen wel eens gaan schijten.

Toen ik dus nog in bed lag vorige week zondag, hoorde ik plots de kinderen roepen van : "Ah ja, 't is waar!" Toen al wist ik dat het buiten had gesneeuwd. Net als bij de strooidiensten, was ik niet gehaast om in actie te schieten. Tegen dat ik was opgestaan was die fameuze sneeuwbui al overgewaaid en al wat ons restte was die kleine sneeuwman die onze kinderen in een haast hadden gemaakt.  

Winterprik 2017.JPG

De sneeuwman was trouwens al aan het ontdooien toen ik er een foto van nam ter herinnering aan onze fameuze winterprik 2017. Toen begon het op de koop toe hard te waaien en dacht ik van "nu gaan we er van langs krijgen..." Ik had de indruk dat het eigenlijk niet zo lang heeft gestormd, want plots was de wind gaan liggen. Als ik mijn collega's moet gaan geloven heeft het van hier tot in Tokio gewaaid, waarbij men de indruk kreeg dat al onze bossen zwaar beschadigd werden. Ik blijf erbij dat die storm niet langer dan een uur heeft geduurd. Tenzij wij in de oog van de storm zaten en al de rest rondom ons werd weggeblazen. Dat was helaas niet het geval toen mijn wekker de maandagochtend om 4 uur afliep en ik geen berichtjes leek ontvangen te hebben met de melding : "blijf maar thuis, want de fabriek is weggewaaid...".

Buiten leek het bijzonder rustig weer te zijn. 't Was er droog en windstil en vooral er lag geen spatje sneeuw meer. Op weg naar het werk dacht ik nog even aan Moeder Natuur. Ze kan soms woest zijn en tegelijk ook vergevensgezind zijn. Al dacht ik toen ook dat we misschien op een dag wel allemaal eens gestraft zullen worden. En vanuit het niets werd er enkele uren later het nieuws verspreid dat het buiten zwaar aan het sneeuwen was en dat het deze keer menens was.

Algauw was er sprake van verkeersopstoppingen, bruggen die werden afgesloten en hier en daar een ongeluk. We leken plots te zijn ingesneeuwd, maar de fabriek lag daarom niet stil. Het was spannend aftellen tot de shift voorbij was. Ik had mij al voorgenomen - aangezien de sneeuw de dag ervoor ook al snel verdwenen was - dat ik mij zonder problemen ging kunnen verplaatsen op mijn fiets. Dat was uitgerekend tot ik buiten was gekomen. Toen pas begreep ik de ernst van de situatie. Wat ik over tien minuten doe, werd plots 30 minuten. En ja, u mag gerust van uw neus gaan beginnen maken en zeggen van "is dit alles?" Omdat jullie misschien wel uren in de file hebben gestaan met uw wagen.

Laat ons zeggen dat het ons allemaal is tegengevallen, de één wat erger dan de andere. En we zwijgen over de één of andere dodelijke slachtoffers, die er helaas ook zijn gevallen. Want dit is pas ernstig, voor één keer dat we door wat kutsneeuw worden getroffen. Wie weet was het helemaal niet de bedoeling dat de sneeuw in ons land moest vallen en zitten ze daar ergens in Oostenrijk al van hun neus te maken dat de ijspistes nog niet sneeuwklaar zijn. "Scheiße!" zullen ze daar misschien wel hebben gezegd.

Ondertussen had mijne madam samen met de bakkersvrouw het voetpad voor onze deuren sneeuwvrij gemaakt. Maar dat leek precies als dweilen met de kraan open. Thuis aangekomen is het eerste wat ik gedaan heb om boterkoeken gaan. Ik zei tegen de bakkersvrouw, aangezien de straat leeg was, dat ze mag blij zijn met mijn komst omdat ze mogelijk nog niet veel klanten over de vloer heeft gekregen. Eigenlijk was dat maar om te lachen, maar het leek bittere ernst te zijn. Op den duur dacht ik al dat misschien ons land hierdoor in een diepe economische crisis ging verkeren. Wat achteraf nog niet overdreven lijkt te zijn. Hoeveel miljoenen heeft dit weer aan onze economie gekost? Ik weet het niet meer. En dat voor één dag dat het maar gesneeuwd heeft!

Na de boterkoeken lekker door mijn bek te hebben gedraaid, heb ik ook eens van mijn beste kant laten zien en heb ik desondanks de vermoeidheid ook wat sneeuw van het voetpad afgeruimd. Al had ik er eigenlijk geen zin in. Want naar het schijnt riskeren de inwoners een boete te krijgen, wanneer men het voetpad niet sneeuwvrij maakt. Op het eerste ogenblik kon het mij eigenlijk niet schelen. Want al maakt men het voetpad vrij, dan is er nog de regel dat men de sneeuw niet op een hoop mag gaan gooien. Volgens het reglement moet het sneeuw mooi egaal worden verspreid. Alsof we wij als simpele burgers plots over een sneeuwruimer beschikken. Laat staan dat we allemaal strooizout in huis hebben, voor tegen het geval dat het een keer zou sneeuwen!

't Is pas toen ik een Sherpa met twee verdwaalde bergbeklimmers zag passeren, dat ik dacht van : "nu ruim ik best mijn voetpad op...". En omdat het zo glad was op de baan, kreeg ik plots de vraag van mijne madam of ik het niet zag zitten om te voet naar 't school te gaan om er onze dochter te gaan afhalen, samen met een schoolkameraadje, waarvan we de mémé kennen en die er niet kon geraken met haar wagen. Op de terugkeer naar huis, leek het wel op een scène uit de film "The Day After Tomorrow". Ik met twee kinderen die door de sneeuw moesten ploeteren en die probeerden thuis te geraken. En op de koop toe moest dat schoolkameraadje, samen met haar grotere zus bij ons die avond blijven logeren, want mémé was bang om nog op de baan te gaan. En gelijk had ze.

Dinsdag was het dan mijn verjaardag die ik in alle stilte heb gevierd. Op het werk wisten ze er niets van. Gedurende die acht uren dat ik er gewerkt heb, heb ik zitten twijfelen of ik hen iets ging trakteren, zoals dat vaak wordt gedaan op het werk. Maar aangezien iedereen met een bevroren mentaliteit rondliep en ze voor het minste dat ik hen iets vroeg tegendraads deden, heb ik besloten om hen niets te geven. Vrijdag was ik aan het praten met iemand en werd er plots over leeftijden gepraat. Waarbij een collega mij vroeg : "ben jij echt al 42 of moet je ze nog worden?" Ik antwoordde simpel weg van dat ik het al was. Toen mij de vraag werd gesteld van wanneer ik al 42 was, antwoordde ik : "sinds een tijdje al". Dat was zweten geblazen!

En voel ik mij nu oud? Of moet het nog tot mij doordringen? Wie zal het zeggen. Laat ons zeggen dat ik gans de week met hoge snelheid op de fiets naar het werk rijd, terwijl ik aan het liedje van Chuck Berry moest denken... Let's rock 'n' roll, zou ik zeggen en de rest zien we later wel...

- Sole

Chuck Berry 1926 2017.jpg

Chuck Berry - Johnny B. Goode

 

   

15:12 | Permalink | Commentaren (0) | |

De commentaren zijn gesloten.